Lager aanduidingen en coderingen vormen de “taal” waarmee specificaties van lagers worden weergegeven. Voor inkopers, engineers en technische diensten is het belangrijk om deze aanduidingen te begrijpen om de juiste lagers te selecteren en te bestellen. Of het nu gaat om onderhoud, machinebouw of vervanging van een bestaand lager, een correcte interpretatie van de codering voorkomt fouten, stilstand en onnodige kosten. Tegelijkertijd kan het aanduidingssysteem op het eerste gezicht overweldigend lijken. De verschillende cijfers, letters en fabrikant specifieke codes vormen een ogenschijnlijk chaotisch systeem. In dit blog leggen we de lager aanduidingen stap voor stap uit.
De meeste lagers bestaan uit een combinatie van 3, 4 of 5 cijfers, vaak gevolgd en/of voorafgegaan door letters. Dit vormt de basis aanduiding, eventueel met voorvoegsels (prefixen) en achtervoegsels (suffixen). Internationale standaarden zoals ISO 15 en ISO 355 hebben de basis van dit coderingssysteem vastgelegd, waardoor de kern van de codering bij vrijwel alle merken overeenkomt.
Voorvoegsels geven aan dat het lager een specifieke uitvoering heeft materiaal, flens of miniatuurserie.
Vanaf 04 geldt: boringcode × 5 → 04 = 20 mm, 05 = 25 mm, 06 = 30 mm, 08 = 40 mm, 10 = 50 mm, 12 = 60 mm, enz.
Bij miniatuur lagers wordt de boring als een directe millimetermaat in de aanduiding benoemd (bijv. 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9 mm).
Afdichting:
Kies Z/ZZ bij hogere toerentallen en een relatief schone omgeving (lagere wrijving). Kies RS/2RS bij stof, vocht of spetters (betere bescherming), met iets meer wrijving en warmteontwikkeling.
Interne speling:
Interne speling bepaalt de afstand in tussen de kogels en de binnen- buitenring in µm. Dit wordt toegepast bij perspassingen of hoge toerentallen, omdat de effectieve speling tijdens gebruik afneemt door passing en warmte. C4 is voor zwaardere temperatuur- of passingseffecten en C2 wordt juist gebruike bij bij lage temperatuurvariatie of wanneer extra strakke loop gewenst is.
Kooi:
De kooi beïnvloedt o.a. wrijving, geluidsniveau en temperatuurbestendigheid. Glasvezel versterkt polyamide wordt veel gebruikt bij hoge toerentallen en rustige loop, messing bij hogere belastingen, trillingen of hogere temperatuur en staal is een standaardkeuze voor algemene toepassingen.
Tolerantieklasse:
Hogere tolerantieklassen worden gekozen wanneer rondloopnauwkeurigheid, lagerloop en maatvastheid kritisch zijn, zoals bij precisiespindels, meetapparatuur, hoge snelheden met lage trillingen of strakke passing-/spelingconcepten. Voor algemene aandrijvingen is P0 / PN voldoende.
Positioneren:
NR wordt gebruikt om het lager axiaal in een huis te borgen wanneer er geen (of beperkte) schouder beschikbaar is. Dit maakt montage eenvoudiger en voorkomt axiale verplaatsing van de buitenring bij wisselende krachten.
Vanaf 04 geldt: boringcode × 5 → 04 = 20 mm, 05 = 25 mm, 06 = 30 mm, 08 = 40 mm, 10 = 50 mm, 12 = 60 mm, enz.
Bij miniatuur lagers wordt de boring als een directe millimetermaat in de aanduiding benoemd (bijv. 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9 mm).
Afdichting:
Kies open lager bij hogere toerentallen en een schone omgeving. Kies 2RS bij vuil of vocht (betere bescherming), met iets meer wrijving en warmteontwikkeling.
Interne speling:
Interne speling bepaalt de afstand in tussen de kogels en de binnen- buitenring in µm. Dit wordt toegepast bij perspassingen of hoge toerentallen, omdat de effectieve speling tijdens gebruik afneemt door passing en warmte. C4 is voor zwaardere temperatuur- of passingseffecten en C2 wordt juist gebruike bij bij lage temperatuurvariatie of wanneer extra strakke loop gewenst is.
Kooi:
De kooi beïnvloedt o.a. wrijving, geluidsniveau en temperatuurbestendigheid. Glasvezel versterkt polyamide wordt veel gebruikt bij hoge toerentallen en rustige loop, messing bij hogere belastingen, trillingen of hogere temperatuur en staal is een standaardkeuze voor algemene toepassingen.
Tolerantieklasse:
Hogere tolerantieklassen worden gekozen wanneer rondloopnauwkeurigheid, lagerloop en maatvastheid kritisch zijn, zoals bij precisiespindels, meetapparatuur, hoge snelheden met lage trillingen of strakke passing-/spelingconcepten. Voor algemene aandrijvingen is P0 / PN voldoende.
Vanaf 04 geldt: boringcode × 5 → 04 = 20 mm, 05 = 25 mm, 06 = 30 mm, 08 = 40 mm, 10 = 50 mm, 12 = 60 mm, enz.
Voorvoegsels geven aan van welk materiaal de taatslager is geproduceerd.
Vanaf 04 geldt: boringcode × 5 → 04 = 20 mm, 05 = 25 mm, 06 = 30 mm, 08 = 40 mm, 10 = 50 mm, 12 = 60 mm, enz.
Speciale uitvoering:
Bolvormige huisring + zitring waarvan de hoek instelbaar is
Voorvoegsels geven aan dat het lager een specifieke uitvoering heeft materiaal, flens of miniatuurserie.
Vanaf 04 geldt: boringcode × 5 → 04 = 20 mm, 05 = 25 mm, 06 = 30 mm, 08 = 40 mm, 10 = 50 mm, 12 = 60 mm, enz.
Afdichting:
Kies ZZ bij hogere toerentallen en een relatief schone omgeving (lagere wrijving). Kies 2RS bij stof, vocht of spetters (betere bescherming), met iets meer wrijving en warmteontwikkeling.
Kooi:
De kooi beïnvloedt o.a. wrijving, geluidsniveau en temperatuurbestendigheid. Glasvezel versterkt polyamide wordt veel gebruikt bij hoge toerentallen en rustige loop.
Tolerantieklasse:
Hogere tolerantieklassen worden gekozen wanneer rondloopnauwkeurigheid, lagerloop en maatvastheid kritisch zijn, zoals bij precisiespindels, meetapparatuur, hoge snelheden met lage trillingen of strakke passing-/spelingconcepten. Voor algemene aandrijvingen is P0 / PN voldoende.
Geen reacties gevonden.