Als u stilstand wilt minimaliseren en projecten strak wilt plannen, is beschikbaarheid cruciaal. Daarom houdt Interlager een diep én breed assortiment lagerblokken op voorraad in ons magazijn in Duiven. Van de meest gangbare asmaten tot minder gebruikelijke varianten, van standaard gietijzer tot RVS, ligt bij ons standaard op voorraad. Onze voorraadinformatie is actueel en gekoppeld aan de webshop; bestelt u vóór 15:00, dan gaat uw order dezelfde dag nog de deur uit. We investeren bewust in voorraad van IBB en SKF omdat we liever twee dingen goed doen dan tien half. Dat betekent dat u wij beschikken over ruime voorraad en kennis van deze producten.
Bovendien houden we rekening met verschillende bedrijfsomgevingen: voor natte of hygiënische toepassingen hebben we RVS en thermoplast op voorraad, voor stofrijke of zwaardere toepassingen kunt u terecht voor robuuste gietijzeren huizen met dubbele afdichtingen en smeermogelijkheid. Heeft u vragen over materiaalkeuze, afdichting of klemmethode? Onze technische support denkt direct met u mee via verkoop@interlager.nl of +31 (0)26 303 3450.
Een lagerblok is een behuizing met een voorgemonteerd lager, waarin een as direct kan draaien en die aan een constructie kan worden vastgebout. Zo hoeft u geen complex lagerhuis te ontwerpen of te frezen. Montage is simpel: behuizing op het frame schroeven, de as door het lager schuiven en fixeren met stelschroeven, excentrische ring of conische klembus. Belangrijk voor montage in de praktijk: het insertlager kan kleine statische uitlijnfouten compenseren tot 2°. Dat is handig bij een montagevlak dat niet 100% vlak is of bij lichte doorbuiging in langere frames. Slijt het lager? Dan vervang je meestal alleen de insert, niet het complete huis. Er zijn grofweg drie typen: staande lagerblokken (voetuitvoering onder de as, snel te positioneren op een basis), flenslagers (ronde, vierkante of ovale flens tegen een wand of plaat voor compacte inbouw) en spanlagers/take-up units (in een slede om riem- of kettingspanning precies te kunnen stellen). De lagerunits worden industriebreed toegepast: in transportbanden in magazijnen, ventilatoren en afzuigers in werkplaatsen, verpakkingslijnen, sorteermachines en landbouwmachines.
Het materiaal van een lagerblok wordt vooral gekozen op omgeving, prijs en omstandigheden zoals trillingen. Gietijzer lagerblokken zijn verreweg het meest gebruikt. Dat is niet voor niets gietijzer heeft de beste prijs/ kwaliteit verhouding, het weerstaat trillingen beter dan staal of aluminium, kan een hoge belasting aan en is vergevingsgezind tijdens het monteren. Voor de algemene industriele toepassingen is heeft gietijzer verreweg de beste prijs / kwaliteit verhouding.
Rvs lagerblokken zijn vanzelfsprekend zodra vocht, voedsel of reiniging meespeelt. Een veelgebruikte combinatie is een huis van Rvs AISI 304 gecombineerd met een insert van Rvs AISI 440C. De behuizing biedt in natte omgevingen een goede corrosiebestendigheid, terwijl het insertlager de benodigde hardheid en slijtvastheid levert voor een stabiele loop en een lange levensduur. Ook kan een thermoplastisch kunststof huis met RVS insert wordten gekozen omdat het niet kan corroderen en prijsgunstiger is. Tegelijk geldt dat kunststof behuizingen in het algemeen minder marge hebben op hoge radiale belastingen, schokbelasting en trillingen dan de roestvrij staal behuizingen. In toepassingen met hogere krachten, hoge toerentallen of trillingen heeft een massief Rvs lagerblokken de voorkeur. Welke uitvoering je ook kiest: zolang er een "SS" (Rvs) insertlager in zit is dit standaard gesmeerd met food-grade H1 geclassificeerd vet.
Zink lagerblokken zoals de KP serie worden vooral gekozen voor compacte en lichte toepassingen. Het huis is gemaakt van een zinklegering (drukgietwerk), waardoor het prijsgunstig te produceren is en je een nette, compacte behuizing krijgt met goede mechanische eigenschappen voor eenvoudige constructies. Dat betekent dat zink behuizingen doorgaans minder radiale belasting aankunnen dan gietijzer of RVS en ook minder geschikt zijn voor hoge toerentallen of continue bedrijf. Denk aan toepassingen met kleinere units die niet 24/7 draaien: lichte as ondersteuning, eenvoudige hulpmachines, afschermingen of handlingsystemen met beperkte rotaties. Zink is doorgaans geschikt voor licht vochtige omgevingen zolang de unit niet structureel nat blijft of in een zouthoudende omgeving draait. Dezelfde behuizing ook leverbaar met een RVS insert (SS). Stalen lagerblokken zijn gemaakt van plaatstaal en worden vaak gekozen wanneer een compacte, betaalbare behuizing volstaat en de constructie relatief licht belast is. Dit type lagerblok wordt geleverd als twee losse delen (behuizing links en rechts + insert), waardoor montage en vervanging snel kunnen zijn. De keerzijde is dat plaatstaal behuizingen doorgaans dunner zijn dan gietijzeren of massieve RVS housings. Daardoor kan de behuizing bij montage of belasting licht vervormen (bijvoorbeeld door te hard aantrekken, een ongelijk montagevlak of puntbelasting). In de praktijk zijn dit geen units voor trillingen, schokbelasting of hoge toerentallen: daar is de constructiestijfheid simpelweg beperkend. Voor stabiele, lichte toepassingen met beperkte rotatie zijn plaatstalen lagerblokken wel een prijsgunstige oplossing.
Een langerblok die op termijn geen problemen veroorzaakt, begint niet bij het lager of as, maar bij het vlak waar het op staat. Staat het blok volledig vlak en stabiel, dan loopt de unit vrijwel altijd rustig. Maar als één voet niet echt draagt soft foot” dan staat het blok op drie punten) en je trekt hem met de bouten toch vast, dan bouw je spanning op in lager en behuizing. Het gevolg is vaak vroegtijdige slijtage of loslopende bouten (ongeacht het merk lager). Het montagevlak moet schoon, braamvrij en vlak zijn, zet het lagerblok neer en trek de bouten eerst alleen handvast aan. Als je bij het aantrekken merkt dat één voet pas contact maakt wanneer je kracht zet, heb je soft foot. Dat kan opgelost worden met shims onder de betreffende voet, liefst met zo weinig mogelijk shims en zo groot mogelijke shimplaten, zodat je geen ‘veerpakket’ creëert. De fundatie moet vlak zijn, dit is belangrijk omdat een soft foot veroorzaakt extra interne lagerbelasting en maakt een goede uitlijning vrijwel onmogelijk maakt.
Werk daarom altijd met een gecontroleerde uitlijning van de lagerlijn. In een werkplaats kan dat heel praktisch: lagerblokken los positioneren, as inleggen, en de behuizing zo elkaar laten “vinden” dat de as zonder spanning draait. In kritische lijnen (hoger toerental, lange assen, of meerdere steunpunten) is laser alignment of meetklokwerk gewoon de snelste route naar een goede uitlijning. Het doel is simpel: de as moet door beide lagerharten kunnen zonder dat je de housings naar de as toe moet trekken met de bouten.
Voor de bevestiging zie je in de praktijk vooral metrische zeskantbouten met 8.8 als standaard sterkteklasse. 10.9 wordt gekozen waar de constructie zwaar trilt of waar je meer klemkracht nodig hebt, maar het is geen automatisme: te hoge klemkracht op een slechte fundatie lost niets op. Gebruik altijd passende ringen (zeker bij gietijzer) zodat de belasting netjes verdeeld wordt. Aanhaalvolgorde: in stappen, zodat je het blok niet scheef trekt.
Bij insert lagers met stelschroeven of een excenterkraag is een juiste asmaat en een schoon, onbeschadigd asoppervlak essentieel. Als stelschroeven zich “inwerken” in een relatief zachte as, of als de as buiten tolerantie is (te klein/te glad), kan creep ontstaan: het lager schuift dan microscopisch op de as. Dat geeft warmte, slijtage aan de as en vaak het bekende zwarte poeder rond de boring. In toepassingen met wisselende draairichting, schokbelasting of hoge riemspanning wordt dit extra snel zichtbaar. In die gevallen is een positiever klemmende borging (bijvoorbeeld een klemring- of busconcept, afhankelijk van het type unit) doorgaans de meest bedrijfszekere oplossing.
De drie problemen die je het vaakst ziet zijn warmte, loslopen en vervuiling - maar de oorzaak zit meestal één laag dieper dan “slecht lager”.
Warmte is zelden een toevalstreffer. Te strak uitgelijnd (as in boog), soft foot, of te veel vet zijn de meest voorkomende oorzaken. Overvetten wordt onderschat: bij hogere snelheden kan te veel vet gaan “karnen”, waardoor de temperatuur oploopt en afdichtingen beschadigen. Het gevolg is vetverlies en daarna pas het echte lagerfalen. Een unit die na doorsmeren warmer wordt dan ervoor, geeft meestal geen “vettekort” aan maar juist een vet- en stromingsprobleem.
Loslopende bouten en fretting onder het lagerblok komen meestal voort uit zetting en onvoldoende klemkracht, niet uit “slechte bouten”. Een blok dat op shims of een wat zachte constructie staat, kan na de eerste bedrijfsuren zetten. Als je dan geen stabiele voorspanning hebt, krijg je microbeweging, roestkleurig poeder, en uiteindelijk ovaliteit in boutgaten of beschadigde voetvlakken. Dit is precies het soort storing dat je niet oplost met harder aandraaien, maar met vlakheid, juiste ringen en zo nodig mechanische borging.
Vervuiling en afdichtingsproblemen zijn het derde grote blok. In stoffige of natte omgevingen gaat het vaak niet mis omdat het lager “niet kan”, maar omdat de afdichting niet past bij de realiteit: hoge druk reiniging, slurry, vezels, of water dat continu op de unit staat. Daar werkt een thermoplast/RVS oplossing vaak verrassend goed, juist omdat je minder corrosiehaarden hebt rond seals en smeernippels. Ook hier geldt: de smering hoort bij de afdichting. Als je purge-smeert (oude vet eruit drukken), moet de afdichting dat aankunnen en moet er een route zijn voor het vet om weg te kunnen zonder de seal kapot te drukken.
lagerblokken hangt vooral af van montagepositie, beschikbare ruimte en of je de lagerpositie vast of verstelbaar wilt hebben. In grote lijnen zijn er drie veelgebruikte groepen: staande lagerblokken, flenslagerblokken en spanlagers (take-up units).
Staande lagerblokken monteer je horizontaal op een vlakke ondergrond (frame, bodemplaat, console), met de as boven het huis. Ze zijn vaak de meest universele oplossing wanneer je een as wilt ondersteunen zonder wandmontage.
Kies staand als:
je montage op een vlak vlak hebt (bodem/frame)
de belasting vooral radiaal is (kracht loodrecht op de as)
je een robuuste, eenvoudig te monteren unit zoekt
Flenslagerblokken gebruik je voor frontale montage tegen een wand, plaat of machineframe. De as loopt door het huis, en de radiale krachten worden via de boutverbinding in de constructie opgenomen.
Kies flens als:
je montage haaks op een wand/plaat nodig hebt
je een compacte inbouwdiepte wilt (geen “voet” op de bodem)
het gatenpatroon/uitsparing in je constructie leidend is (vorm en boutgaten)
Spanlagers zijn lagerunits waarbij je de lagerpositie bewust kunt verstellen. Ze worden gebruikt om een as of rol te positioneren en uit te lijnen, of om een kleine verstelling te gebruiken voor speling in de opstelling.
Kies spanlagers als:
je de as/rol regelbaar wilt kunnen uitlijnen
je toleranties of montageverschillen snel wilt corrigeren zonder shims of ingewikkelde stelmechanismen
je toepassing vraagt om instelbaarheid (bijv. rollenbanen, transportsystemen, geleidingen)
De manier waarop de insert zich aan de as vastklemt, beïnvloedt levensduur en betrouwbaarheid.
Stelschroeven zijn snel en universeel, prima voor standaard toerentallen en belastingen. Excentrische klemring voorkomt microslip bij wisselende belastingen en is robuust in many-to-one vervangingen. Conische klembus (adapter) geeft een centrische, sterke opsluiting, geschikt voor hogere toerentallen en dynamiek.
Stem de klemmethode af op asmateriaal en -tolerantie; een te zachte as in combinatie met te hoge aanhaalmomenten kan beschadigen, terwijl te lage momenten slip kunnen veroorzaken.
Product toegevoegd aan uw offerte. Ga naar de offerte pagina om uw offerte aan te vragen, dan nemen wij zo spoedig mogelijk contact met u op.